De zomer is weer aangebroken en reden te meer om even extra aandacht te geven aan het konijn.
Het konijn behoort tot de orde lagomorpha (=haasachtigen) en niet, zoals zoveel mensen denken, tot de knaagdieren. Het verschil zit ‘m in de stifttandjes die achter de bovensnijtanden van het konijn staan.
Het konijn is een vriendelijk dier,ook voor kinderen, maar sommige kleinere rassen kunnen bijterig of krabberig zijn. Dit probleem begint meestal als het konijn geslachtsrijp wordt. Ook kunnen ze heel territoriaal zijn. Het eigen hok wordt goed verdedigd en het bijplaatsen van een nieuw konijn (of andere indringer) wil dan ook vaak problemen geven.
Omdat een konijn veel beweging nodig heeft is het belangrijk om een ruim hok te nemen. Ze kunnen zowel binnen als buiten gehouden worden, mits ze genoeg beweging krijgen. Denk aan de electriciteitsdraden bij het loslopen in huis! Buiten dient het konijn wel bescherming te krijgen tegen regen en zon.
Konijnen zijn van nature zindelijke dieren die in hun kooi vaak 1 hoekje uitkiezen om hun behoefte te doen. Bij de dierenwinkel zijn “kattenbakjes “ in de vorm van een driehoek te krijg. Door ze met iets lekkers te belonen traint u het zindelijk maken.
Een konijn eet zijn eigen keutels! Dit is nodig omdat niet alle voedingsstoffen en energie bij de eerste darmpassage uit het voer gehaald kunnen worden. Grote onverteerbare delen worden gelijk uitgepoept. Dit zijn de gewone droge harde keutels, vaak licht van kleur. De overige kleinere voedingsdeeltjes worden achtergehouden en bewerkt in de blinde darm: het caecum. Deze keutels, ook wel blindedarmkeutels genoemd, worden in groepjes uitgescheiden en rechtstreeks uit de anus opgegeten. Bij de tweede passage door de darmen worden alle stoffen die nodig zijn, uit deze keutels gehaald. Het zijn kleine, zachte, donkere keuteltjes die aan elkaar kleven.
Indien het konijn teveel konijnenvoer (biks,korrels) krijgt, krijgt het dermate veel energie binnen, dat het zijn eigen poep niet meer zal opeten. De blindedarmkeutels gaan dan aan het achterwerk van het konijn kleven, met allerlei vervelende gevolgen van dien…
Vooral zomers kan dit lijden tot Myasis ofwel “vliegenlarven -ziekte”. Vliegen (vooral de groene vlieg) leggen hun eitjes in de met faeces besmette vacht van het konijn. Uit deze eitjes komen larven ofwel maden die zich letterlijk tegoed doen aan hun gastheer, het konijn. Erg belangrijk is dus dat het konijn de goede hoeveelheid en soort voeding krijgt, het hok regelmatig verschoont wordt, dagelijks moet de omgeving rond de anus van het konijn gecontroleerd worden en het is belangrijk om vliegen te weren ( ev. Vliegengaas).
De juiste hoeveelheid voeding is belangrijk voor het konijn:
·Onbeperkt hooi
·20 gram konijnenvoer(liefst biks) per kilogram lichaamsgewicht
·Groenvoer
Hooi is belangrijk voor de spijsvertering van het konijn.
Volledig biks voer is beter dan gemengd konijnenvoer. Te veel voer geeft problemen met ontlasting, maar ook kan het konijn last krijgen van blaasgruis. Er zit namelijk veel calcium in konijnenvoer, wat zelfs tot “blaasstenen”kan leiden.
Een goed uitgebalanceerd konijnenvoer met veel vezels is Science Selective voer.
Wat groen voer betreft moet u niet teveel tegelijk aanbieden. Konijnen kunnen dan diarrhee krijgen. Houdt 50-100 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag aan. Wissel lekker af. Als het konijn een nieuw soort groente krijgt, eerst alleen een kleine hoeveelheid geven. Niet alle groenten zijn geschikt. Wortels, winterpenen en andijvie zijn meestal de beste groenten die u kunt geven. Vooral geen sla geven, en vele koolsoorten geven ook darmproblemen. Fruit mogen ze ook hebben, maar dan met mate. De suikers daarin maken het konijn te dik. Ook het dik zijn van konijnen geeft namelijk grote problemen. Ze kunnen zichzelf niet meer schoonmaken en krijgen last van hun vacht.
Nog meer nuttige informatie kunt u vinden op www.konijnen.nl