070 352 42 21
Selecteer een pagina

Besmettelijke hondenhoest is een zeer besmettelijke en acute infectieuze ontsteking van de slijmvliezen van de neus, keel, luchtpijp en bronchiën. Verschillende ziekteverwekkers kunnen deze hoest veroorzaken en de aandoening kan vervelende symptomen teweegbrengen bij uw hond. De ziekte is beter bekend onder de (ouderwetse) naam kennelhoest, maar vanwege het feit dat de aandoening zich zeker niet uitsluitend in kennels voordoet, verdient de term besmettelijke hondenhoest de voorkeur.

Honden raken besmet door inademing van deze ziekteverwekkers die zich door de lucht verplaatsen. Infectie kan dus al optreden tijdens het dagelijkse blokje om. De kans op overdracht is het grootst op plaatsen waar veel honden bij elkaar zijn. Dit geldt dus niet alleen voor kennels en dierenpensions, maar ook voor druk bezochte uitlaatgebieden, honden uitlaatservice, hondenshows en hondencursussen. Jonge honden, honden met een verminderde werking van het afweerapparaat en honden met een reeds aanwezige longaandoening zijn vatbaarder voor kennelhoest dan gezonde, volwassen honden.

Symptomen
Symptomen van kennelhoest treden meestal binnen enkele dagen tot ongeveer 10 dagen na infectie op.
De naam kennelhoest geeft meteen al het belangrijkste symptoom weer: “hoest”. Door ontsteking van de luchtpijp en bronchiën worden honden met kennelhoest gekenmerkt door een extreem harde en hardnekkige hoest, die plotseling optreedt. Opwinding, lichamelijke activiteit en de druk van een halsband tegen de luchtpijp leiden tot verergering van de hoest. Het hoesten kan soms zo hevig zijn dat de hond ervan gaat kokhalzen en slijm kan gaan ophoesten. Daarnaast kan neusuitvloeiing optreden. Doordat honden met kennelhoest vaak een gevoelige keel krijgen kan de eetlust wat afnemen.
Bij puppy’s, bij andere dieren met een minder goed werkend afweerapparaat en bij dieren die leiden aan een andere luchtwegaandoening kan kennelhoest ernstige gevolgen hebben. Bij deze dieren kan zich een forse bacteriële longontsteking ontwikkelen. Daarnaast kan acute en ernstige verslechtering optreden bij honden die een chronische longaandoening hebben of die leiden aan een afwijking van de luchtpijp.

Therapie
• Rust gedurende minimaal 7 dagen is een van de belangrijkste punten in de therapie van kennelhoest. Hoe meer de hond zich opwindt, beweegt en zich inspant, hoe groter de kans dat een nieuwe hoestbui optreedt. Hoesten leidt tot irritatie van de luchtwegen, waardoor de luchtwegen steeds meer geïrriteerd raken en de ontsteking niet kan genezen.
• Een borsttuigje in plaats van een halsband is sterk aan te bevelen. Door druk van de halsband op de ontstoken luchtpijp zal de hond gaan hoesten, waardoor de irritatie van de luchtpijp toeneemt. Het dragen van een borsttuig voorkomt deze bron van irritatie.
• Het aanbieden van zacht voer, door bijvoorbeeld brokken te wellen in water, zorgt ervoor dat eten met een pijnlijke keel gemakkelijker wordt.
• Een ontstekingsremmend en koortsverlagend middel wordt regelmatig door de dierenarts ingezet bij honden met kennelhoest.
• Een hoestdrank die de keel verzacht kan de hond enige verlichting bieden van de klachten. Dit middel kan bij de dierenarts, maar ook bij een drogist worden aangeschaft.
• De dierenarts zal per hond een inschatting maken of toediening van antibiotica nodig is.

Preventie
Door uw hond te vaccineren tegen kennelhoest wordt de kans op het optreden van de ziekte enorm verkleind. Mochten er ondanks de vaccinatie toch nog verschijnselen optreden, dan zijn deze vele malen minder ernstig.
In Nederland wordt gebruik gemaakt van een neusdruppel enting die jaarlijks moet worden herhaald.
Bij de meeste pensions, hondenscholen en sommige uitlaatbedrijven wordt een kennelhoest vaccinatie verplicht gesteld. Aangezien niet iedere instantie dezelfde regels erop na houdt, is het verstandig om bij de door u uitgekozen instantie na te vragen welk type vaccinatie vereist is, hoe vaak deze vaccinatie moet zijn gegeven en hoeveel weken of dagen van tevoren deze vaccinatie moet zijn toegediend. Over het algemeen volstaat de neusdruppel enting, zeker wanneer deze minimaal drie weken van tevoren, maar niet langer dan een jaar geleden is toegediend. De dierenarts kan u hier uiteraard in adviseren.